home
Home  » Disciplines  » Kendo

De oorsprong van Kendo 

Kendo zoals we het nu kennen, bestaat in zijn huidige vorm nog maar een goede honderd jaar, maar de roots van deze sport liggen bij het kenjutsu, een van de krijgskunsten van de oude Japanse samurai. De technieken die nu ook in kendo gebruikt worden, hebben dus hun nut op het slagveld bewezen. Toen in 1603, na tientallen jaren van onrust en oorlogen, eindelijk een lange periode van vrede aanbrak in Japan, moest de heersende samurai klasse een nieuwe plaats in de samenleving zoeken. Ze deden dit door zich te gaan toespitsen op zelfontwikkeling, met een verhoogde nadruk op nauwkeurigheid en esthetiek, dan zich louter bezig te houden met doden en verminken. Zo ontstonden er in die periode honderden verschillende scholen of dojo’s, die elk een eigen stijl van kenjutsu beoefenden. Het leren van kenjutsu was echter een gevaarlijke bezigheid want het gebeurde niet zelden, dat tijdens de oefening zowel meester als leerling ernstig gewond raakten, verminkt of zelfs gedood werden. Een beschermend pantser was dus noodzakelijk. De eerste modellen waren het werk van enkele grootmeesters zoals Toranish uit de Edo tijd (1603 – 1867). Die nieuwe pantsering bracht meteen ook een nieuwe gedragscode met zich mee, waardoor de naam geleidelijk aan veranderde van Kenjutsu naar kendo (van do = de weg en ken = zwaard, dus de weg van het zwaard), zoals de sport nu bekend is.

In 1870 werd het feodale stelsel afgeschaft en verdwenen de bushido kunsten een paar jaar naar de achtergrond. Toch zorgden openlijke kendo demonstraties door vroegere samurai voor een grote belangstelling bij het publiek.  Vanwege het succes, werd in 1871 een wet aangenomen waardoor kendo training in alle Japanse scholen verplicht werd. In 1909 werd de eerste Kendo Federatie opgericht, gevolgd door een algemene Federatie in 1928, die de volgende graden toekende.

KYU = lagere graad                           Rokudan = zesde graad
Shodan = eerste graad                     Shichidan = zevende graad
Nidan = tweede graad                       Hachidan = achtste graad
Sandan = derde graad                      Kudan = negende graad
Yodan = vierde graad                        Judan = tiende graad
Godan = vijfde graad

Voor het behalen van de eerste Dan of graad, moet de leerling eerst zes kyu of lagere graden halen. Het duurt ongeveer twee of drie jaar om een 1e dan te behalen.
Examens tot 3°kyu worden afgenomen in de dojo.
Examens voor 2°kyu worden afgenomen door de Regionale technische commissie kendo
Examens vanaf 1°kyu worden afgenomen door de Nationale technische commissie kendo.
De technische commissie bestaat uit kendoka’s die houder zijn van een 5°Dan of hoger

De uitrusting 

De shinai.

1. Ontstaan

Rond 1750 werden een aantal verbeteringen aan het al bestaande pantser aangebracht, zoals de beschermhandschoen (of kote) en het bamboezwaard (shinai). De eerste shinai’s bestonden uit 32 stukken riet bedekt met een zwaar soort linnen en hadden totaal geen veerkracht. Nakanishi Chuta vereenvoudigde deze vorm, door slechts vier stukken bamboe samen te voegen. Tot op de dag van vandaag werden er geen andere veranderingen aangebracht aan de shinai.

Nakanishi richtte ook een nieuwe school op, de Itto-Ryu en alle leerlingen werden verplicht de beschermers te dragen en de shinai te hanteren. De voordelen waren aanzienlijk want de leerlingen konden elkaar nu voluit raken zonder kans op letsel. Ondanks wat tegenwerpingen hier en daar, werd de shinai tenslotte door elke Japanse dojo in gebruik genomen. Zo konden rond 1760 jonge samurai leerlingen kiezen tussen het houten zwaard (bokuto of bokken), de shinai of het traditionele en dodelijke zwaard (katana).

2. Moderne shinai

De Lengte en het gewicht van de huidige shinai zijn vastgelegd:
• lengte tussen 96 en 99 cm
• gewicht 1,36 kg.

Wanneer er twee shinais gebruikt worden, zoals bij het beoefenen van Nito, mag de lengte van de eerste maximaal 110 cm zijn, en moet het minimum gewicht 375 gram bedragen. De tweede shinai daarentegen, mag maar een maximale lengte van 60 cm hebben en een minimum gewicht van 265 gram. De tsuba, of handbeschermer van dik leer, word aan de handgreep van de shinai bevestigd. Gewoonlijk is deze van leer, maar soms worden ze ook gemaakt van plastic. Het heeft een ronde vorm en de doorsnede is maximaal 8 cm. De bevestiging moet stevig zijn.
 

De bogu

Het harnas of bogu, geïnspireerd op dat van de grote generaals, bestond vroeger uit een helm (Kabuto) die het hoofd en de nek bedekte; schouders, borst en handen werden beschermd door leer of metaal en het zwaard was gemaakt uit bamboestrips (de voorloper van de huidige shinai zoals die nu in kendo wordt gebruikt).

De moderne bogu ziet er als volgt uit:

• Hakama (traditionele Japanse broekrok) met daarop de Keikogi (Japanse vest).
• De helm (Men) vervangt de Kabuto en beschermt hoofd en schouders.
• Om de heupen te beschermen word een soort gordel van zeer dik gestikt katoen gedragen (Tare) .
• Boven de Tare, om de borst te beschermen, komt het borstpantser (Do).
• De handen worden beschermd door dikke handschoenen (Kote’s)

Dit pantser zorgt ervoor dat de (harde) slagen nauwelijks door de kendoka gevoeld worden.

Wat is Kendo?

Kendo is de weg die de menselijke geest disciplineert door de principes van het zwaard (katana) toe te passen.

“Het doel van kendo training is vorming van lichaam en geest, bevorderen van een sterke wilskracht en het voortdurend streven naar vooruitgang in kunst van kendo door harde en serieuze training, het hooghouden van de menselijke eer en waardigheid en het altijd streven naar zelfverwezenlijking”  (omschrijving van de Japanse Kendo Federatie).

In kendo gelden alle regels van het zwaardvechten (men zegt dat de shinai bekleed is met de geest van het zwaard). De kendoka mag echter geen kracht gebruiken, ondanks de hevigheid van de aanval en de verschrikkelijke kiai. Wat het meeste telt is de techniek waarmee de slag wordt gegeven, de controle over vingers en pols en de gecombineerde beweging van benen en lichaam.

Begin, onderbreking en einde van een gevecht (shiai)

Een gevecht (shiai) wordt beoefend door 2 kendoka’s. In het geval van een wedstrijd, beoordelen drie scheidsrechters de juistheid van de slagen (punten). In een wedstrijd geldt het principe “sanbon shobu” d.w.z. dat er maximum 3 punten kunnen worden gescoord door de 2 kendoka’s samen.
De kendoka die het meeste aantal punten behaald op het einde van een wedstrijd of als eerste 2 punten scoort, heeft gewonnen. Is er een gelijkspel (1-1), dan wordt de wedstrijd verlengt en wint de kendoka die als eerste een punt weet te scoren.

Het gevecht begint wanneer de hoofdscheidsrechter “hajime” (start) roept en wordt enkel onderbroken als hij “yame” (stop) roept. Een normaal gevecht duurt 3 minuten of 5 minuten. Een halve finale of finale zal bijvoorbeeld 5 minuten duren, voorgaande wedstrijden 3 minuten. Men rekent niet tot de gevechtstrijd de tijd die verstrijkt :
1. om het gevecht te hervatten, nadat de scheidsrechter een gescoord punt heeft toegekend
2. bij een ongeval of onderling scheidsrechtersberaad
3. tussen de orders om de wedstrijd te stoppen of weer te beginnen.

Aanvalspunten

- Men : voorhoofd
             Sho-men (midden voorhoofd)
             Migi-men (rechterzijde voorhoofd)
             Hidari-men (linkerzijde voorhoofd)

- Kote : voorarm
              Migi-kote (rechter voorarm)
              Hidari-kote (linker voorarm)

- Do : zijde
          Migi-do (rechterzijde)
          Hidari-do (linkerzijde)

- Tsuki : keel (niet toegelaten als aanvalspunt voor kendoka onder de 16 jaar en die een graad heeft lager dan 1e DAN.

In de training is het de gewoonte om men te roepen als het hoofd geraakt wordt, do bij de zijkanten van het borstkuras, kote voor de rechter handschoen en tsuki voor de keel.
Alleen slagen aan de voorzijde en op de flanken van de kendoka zijn geldige slagen, op voorwaarde dat de eigen shinai die van de tegenstander niet raakt.  Iemand langs achter aanvallen, is dus uit den boze.
De ideale methode is de tegenstander naar zich toe trekken en zelf op afstand blijven. Hierdoor ontstaat een techniek die zowel aanval en verdediging combineert, want vanuit een dergelijke positie kan elke aanval onmiddellijk veranderen in een verdediging en omgekeerd. Het doel blijft altijd hetzelfde, nl de fatale slag (het beslissende punt) geven.

Manier van Slaan

Het zwaardvechten met de shinai verloopt volgens de wet van “kikentai no uchi” d.w.z. de succesvolle slag waarbij lichaam, zwaard en kiai gebruikt worden. Tijdens de slag moeten deze drie aspecten tegelijk samenkomen. Ontbreekt een van deze ingrediënten, dan is de slag niet goed en wordt geen “ippon” toegekend.

Waardering van slagen

Geldige slagen moeten op de goede plaatsen worden gegeven met het laatste deel van de shinai. Slagen naar de keel (tsuki) worden gegeven met de punt van de shinai ; slagen die met één hand (kataté) worden gegeven, moeten heel precies zijn. Onder alle omstandigheden moet de speler bezield zijn met een intense aanvalsgeest en zijn lichaam in positie houden. Ook voor de volgende slagen kunnen punten worden gegeven :

1. Een slag die onmiddellijk wordt toegebracht als de tegenstander de shinai laat vallen of zelf valt. Een strijder kan zijn tegenstander ook raken direct na zijn eigen val.
2. Een slag gegeven op hetzelfde moment dat het eindsignaal voor het gevecht wordt gegeven.

Extreme concentratie en subtiel gevoel

De extreme concentratie, het mobiliseren van alle mentale en fysieke energie in heel korte tijd, de snelheid en de kracht nodig om te slaan, maken kendo tot een even opwindende als uitputtende sport. De kendoka moet leren zijn energie als een bliksemschicht te concentreren op de punt van de shinai. Er wordt gezegd, dat de top van de shinai bij bepaalde slagen een snelheid kan bereiken die gelijk is aan een kogel die wordt geschoten uit een pistool. De techniek bestaat erin volmaakt kalm te blijven tot op het moment dat de tegenstander zich gereed maakt om te slaan en hem dankzij een flitsende en snelle actie te snel af te zijn. De eigen angst moet overwonnen worden en omdat het doel in kendo de aanval is, zijn terugdeinzen en pareren tekenen van zwakte.
De beoefenaar wordt tot aan de grens van zijn kunnen gebracht want het gevecht is snel en meedogenloos. Alleen wanneer men mentaal en fysiek aan het eind van zijn krachten is, leert men de slagen op correcte manier te geven. De brute fysieke en mentale kracht worden dan vervangen door een andere soort kracht.

De grootmeesters zijn in staat gebruik te maken van dit kwetsbare moment. Daarom wordt ook gezegd dat de tegenstander “transparant” moet blijven zoals men naar een berg zou kijken: tegelijkertijd moet de vijand wel en niet gezien worden,. De vergelijking, dat de tegenstander uiteindelijk de spiegel van zichzelf is, is hier zeer toepasselijk.
Kendo kan dan ook in feite gezien worden als een uitnodiging om tegen zichzelf te vechten. Daarom spelen meditatie en stilte een belangrijke rol. Om kalm te zijn als een meer, is de totale innerlijke vrede noodzakelijk en moet je je van alles kunnen loslaten.
Deze toestand, waarin men beweging of storing van buitenaf niet toelaat, wordt in Japan “heldere spiegel, rustig water” genoemd. Ook de uitdrukking “de weerspiegeling van de maan in het water”, wijst op de toestand van de ware meester, die een innerlijke harmonie heeft bereikt gelijk aan de intieme relatie tussen de weerspiegeling van de maan en het water. Meer dan in enige andere discipline is in kendo de regel van de elkaar aanvullende krachten merkbaar: de extreme spanning in kendo kan alleen bereikt worden door het tegenovergestelde te doen.
Kendo, erfgenaam van de weg van het zwaard, heeft een hoge betekenis in de eenwording van tegendelen: leven en dood, zijn en niet-zijn. Zelfs de kiai wordt gezien als een eenmakende kracht door geest, lichaam en zwaard samen te laten werken. Gezegd kan worden, dat het hele fysieke lichaam – benen, heupen en armen - zich volledig heeft overgegeven in kendo en daarom ook alle geestelijke functies. Karakteristiek voor kendo is het handelen binnen en op een bepaalde tijd en ruimte en wordt samengevat in het begrip ma-ai. Tenslotte is de shinai de vector van deze krachten, die hen eenmaakt en concentreert op één punt. Alleen dit punt is het hele doel waardoor de weg van de vooruitgang wordt bepaald, waarna de shinai en het gevecht niet meer zijn dan de instrumenten van een andere en onuitsprekelijke bewustwording van het leven zelf.

KENDO clubs bij de Vlaamse Kendo-Iaido-Jodo Federatie

Via de website http://www.abkf.be/abkf.asp  VKIJF kan je de clubs vinden waar je de mogelijkheid hebt om o.a. kendo te beoefenen zowel in recreatief of competitief verband.  Al de clubs zijn aangesloten en erkend door de Vlaamse Kendo-iaido Jodo federatie.
De lesgevers zijn hogere Dan graden (graden erkend door de Europese Kendo Federatie) en hebben een jarenlange ervaring in het lesgeven en het beoefenen van Kendo.
Meer informatie kan je ook verkrijgen via email: voorzitter@vkijf.be of secretaris@vkijf.be